Vakantie Canal du Midi 2009
Heenreis : Strijen - Homps
We zijn al op zondag 19 juli vertrokken omdat we op de 20e rond 4 uur 's middags in Homps moesten zijn om de boot op te halen. En omdat we geen
zin hadden om 's maandags extreem vroeg op te staan hebben we het rustig aan gedaan in twee etappes. De eerste nacht hebben we in een Formule 1
hotel geslapen in Coudes, ten zuiden van Clermont Ferrand. Het hotel stelt weinig voor, we hadden een 3 persoons kamer van 3 bij 2 meter, maar
voor 1 nacht tijdens de doorreis is het geen probleem. 's Avonds zijn we in een restaurant in Coudes gaan eten, het hotel heeft
geen restaurant. De meeste bezoekers in het restaurant waren overigens Nederlanders die in hetzelfde hotel verbleven.
De volgende morgen waren we vroeg wakker, het was namelijk erg warm in de kamer, Arjan het het raam 's nachts dicht gedaan ivm het lawaai van
de snelweg die op een tiental meters voor het hotel langs loopt. Na het eenvoudige ontbijt zijn we weer op weg gegaan. Omdat we ruim de tijd hadden
om naar Homps te rijden hebben we nog diverse dingen onderweg bezocht. Eén van de dingen die we nog hebben bekeken was de brug van Garabit.
Deze bijzondere spoorbrug, gebouwd door ingenieur Eiffel van de gelijknamige toren, is een lokale toeristische bezienswaardigheid met zijn
vakwerk staalconstructie. De autoweg slingert ook 4 keer onder de brug door. Na deze brug was de nieuwe brug bij Millau de volgende stop.
Bij het infocentrum hebben we wat gegeten en Arjan en Ciska zijn nog naar een hoog punt geklommen op de brug te bekijken. Na deze stop zijn
we doorgereden naar het eindpunt in Homps waar we gaan inschepen op onze boot. Onderweg zijn we bij een supermarkt gestopt om boodschappen te doen.
Eénmaal in Homps aangekomen hebben we alle papieren voor de boot opgehaald. Achter de balie zat gelukkig een Nederlands sprekende dame.
We hebben al wel onze spullen op de boot geladen, maar zijn deze dag nog niet gaan varen omdat de sluizen om 7 uur sluiten. De eerste nacht hebben
we dus in de haven van Homps op de boot geslapen. 's Avonds begon de lucht te betrekken en zagen we het in de verte weerlichten. Na het eten nog
even door Homps gelopen om wat te gaan drinken en een ijsje te eten en weer terug op de boot zijn we naar bed gegaan. We lagen nog maar net of
het begon enorm te onweren en verschrikkelijk hard te regenen. Inmiddels bleek dat onze slaapkamer niet waterdicht was en dat de regen door het
raam heensloeg, het bed werd aan 1 kant helemaal nat. Gelukkig hield het snel op met regenen en onweren. Door dit slechte weer koelde het wel
snel af waardoor het minder warm was in de slaapcabines. Dat was dan weer een geluk bij een ongeluk.
 De spoorbrug bij Garabit
Informatie over onze boot
De boot hebben we gehuurd via Le Boat, maar er zijn meerdere bedrijven die boten verhuren op het
Canal du Midi. Onze boot was van het type ' Traditional 1135' met twee hutten. Ieder hut had een eigen douche en toilet. Wat ons aantrok
in deze boot was het grote schuifdak over de stuurplaats en de salon zodat we heerlijk van de zon konden genieten tijdens het varen.
Wat betreft de inrichting is de boot te vergelijken met bijvoorbeeld een camper of caravan. We hadden een keuken met gasfornuis en oven en
een koelkast op gas. De koelkast functioneerde echter niet zo goed, het wilde er niet echt koel in worden. Verder was er aan boord geen 220 volt,
alleen één 12 volt aansluiting. Om toch de batterijen van camera's, laptop en telefoons te kunnen opladen hadden we een
omzetter van 12 naar 220 volt gekocht. Bij de boot hadden we ook nog drie fietsen gehuurd zodat we eenvoudig naar een plaats konden rijden om
die te bezoeken of om boodschappen te kunnen doen. Voor dit laatste hadden we zelf fietstassen meegenomen. Hieronder een paar foto's van de boot.
 Onze boot afgemeerd met het dak open
Varen op het Canal du Midi
Vaardag 1 : Homps - Ventenac-en-Minervois
Dinsdag was dus onze eerste echte vaardag, het varen begon met een korte instructie van de boot en een korte vaarcursus. - Omdat wij nog
nooit eerder zelf met een motorboot hadden gevaren, hebben we een paar weken voor vertrek in Nederland een 1-daagse vaarcursus gedaan bij
Vaarschool Sunny uit Huizen op het Gooimeer. Dit om ervaring op te doen met onder andere aanmeren,
wegvaren, sluizen, etc. Overigens heb je voor het huren van een boot op het Canal du Midi geen vaarbewijs nodig. - Na deze korte cursus
hebben we de instructeur afgezet aan de kant, de auto achter het hek geparkeerd zodat hij 's nachts afgeschermd staat en de autosleutels
afgegeven. Als het goed is wordt onze auto in de loop van de week naar Port Cassafières gereden waar wij hem daar dan zondag weer zullen
aantreffen. Ook hebben we droog beddegoed gekregen voor het beddegoed wat afgelopen nacht nat was geworden. Vervolgens zijn we begonnen aan
onze 6 daagse vaartocht over het Canal du Midi. Al na ongeveer een kilometer varen kwam de eerste sluis en konden we onze kunsten gaan vertonen.
Het ging niet helemaal goed, probleem is namelijk dat het geen rechte sluis is, maar een beetje ovaalvormig. Hierdoor kunnen er vier boten in,
2 naast elkaar en 2 achter elkaar, maar door de sluisdeuren kan maar 1 boot tegelijk, dus het is enigszins manoeuvreren om er uit te komen en
dat lukte niet direct. Maar na wat aanvaringen met de sluismuren waren we er dan toch uit. Na deze sluis zouden we er de eerste dag nog 3 krijgen,
waarvan 2 dubbele en 1 enkele. Daarna zouden we 54 km geen sluizen meer hebben in het kanaal. Iets na half één waren we bij de
dubbele sluis van Pechlaurier bij Argens - Minervois. Omdat alle sluizen van half één tot half twee zijn gesloten hebben we voor de
sluis aangelegd en daar gelunched. Bij de sluiswachter was een stalletje waar diverse streekproducten werden verkocht en we ook het
één en ander hebben gekocht. Na de lunch was de sluis ook weer open en konden we onze vaartocht vervolgen. Even na vier uur
kwamen we aan in Ventenac-en-Minervois waar aan de kade geen plaats meer was, maar even verderop direct aan de oever wel. Hier lagen we onder de
bomen in de schaduw. We zijn het plaatsje gaan verkennen, wat verder niet veel voorstelt. Bij het kasteel hebben we wijn geproefd en ook een
paar flessen wijn gekocht. Bij een restaurantje hebben we wat gegeten.
 Onze boot wacht voor de sluis van Pechlaurier
Vaardag 2 : Ventenac-en-Minervois - Capestang
Toen we de volgende dag wakker werden in Ventenac zag de lucht er erg grijs uit, alleen maar wolken en geen stukje blauw te zien.
Hilleke en Ciska zijn bij de plaatselijke bakker broodjes gaan halen voor het ontbijt. Na het ontbijt hebben we de trossen los gegooid
om wederom het ruime sop te kiezen. Deze tweede vaardag hebben we een behoorlijk stuk gevaren, zo'n 27 kilometer. De maximaal toegstane
vaarsnelheid op het kanaal is overigens 8 km/hr. We hadden vandaag ook geen sluizen en dat scheelt een hoop tijd. We varen door een
redelijk vlak stuk Frankrijk met wijngaarden. Vaak kun je echter helaas maar weinig van de omgeving zien waar je doorheen vaart omdat,
zoals al eerder vermeld, langs het kanaal veel bomen staan en ook omdat er vaak een dijkje ligt waar je vanaf het kanaal niet over heen kan kijken.
In eerste instantie hadden we het plan om naar Narbonne heen en weer te varen via het Canal de la Robine, maar omdat er zich in dat stuk 10
sluizen bevinden hebben we dat niet gedaan, we moeten tenslotte ook weer terug door dezelfde 10 sluizen. Daarom besloten we om gewoon door te
varen en om dan later bij Port Cassafières door te varen naar het Etang de Thau, een binnenzee aan het einde van het Canal du Midi.
Onderweg zijn we nog een paar uur gestopt voor de lunch en daarna zijn we doorgevaren naar onze ligplaats voor de komende nacht, Capestang.
Eenmaal daar aangekomen en na te hebben afgemeerd zijn we op onze gehuurde fietsen Capestang ingegaan. In Capestang staat de uit de 13e eeuw
stammende St. Etienne kerk. Een plomp vierkant gebouw waarvan het schip nooit is voltooid. Op het plein naast de kerk hebben we bij een café
wat gedronken waarna we nog wat boodschappen gedaan hebben alvorens we zijn teruggereden naar de boot.
 Eenden in het kanaal
Vaardag 3 : Capestang - Béziers
Info Canal du Midi
Het Canal du Midi ligt in Zuid-Frankrijk en is zo'n 240 kilometer lang en het loopt van Toulouse naar Sète waar het in de
Middelandse Zee uitkomt.
Er is in het verleden al vele malen gedacht aan het graven van een kanaal tussen de Middelandse Zee en de Atlantische Oceaan, dit om de
lange en gevaarlijke route om Spanje te vermijden. Uiteindelijk is het kanaal ontworpen door Pierre Paul Riquet en de bouw duurde van
1667 tot 1680. Het grote probleem waar hij voor stond was hoe het kanaal van voldoende water te voorzien. Hiervoor bouwde hij een grote
dam in de rivier de Laudot bij Saint Ferréol waardoor het Bassin de Saint Ferréol ontstond. Vanuit dit bassin werd een een
zogenaamd feeder kanaal naar Naurouze gegraven waar dit feeder kanaal in het Canal du Midi stroomt. Op dit punt bevindt het kanaal zich
op z'n hoogste punt op de zogenaamde waterscheiding. Water ten westen van deze waterscheiding stroomt naar de Atlantische Oceaan, water ten
oosten van deze waterscheiding stroomt naar de Middelandse Zee. Omdat er dus een hoogteverschil is tussen Naurouze en de beide eindpunten
moesten er ook vele sluizen worden aangelegd, in totaal 91 stuks. De meest indrukwekkende is de 8 voudige sluis van Fonserannes waar
overigens tegenwoordig nog maar 6 sluiskamers van in gebruik zijn. Naast deze sluizen moesten ook nog ontelbare bruggen worden gebouwd waar
het kanaal een weg kruiste. En naast wegen kruist het kanaal op diverse plaatsen ook bestaande rivieren, op deze plaatsen bouwde
Riquet een aquaduct. In het kanaal bevindt zich verder nog een tunnel, de 165 meter lange Malpas tunnel.
De derde dag op de boot voerde ons van Capestang naar Béziers. Het eerste obstakel was de 165 meter lange Malpas tunnel.
Door deze tunnel in het kanaal kan maar 1 boot tegelijk, dus moet je de hoorn gebruiken voor je erin vaart om te voorkomen dat je een
tegenligger tegenkomt in de tunnel. Net voor we bij Béziers waren wachtte ons de zware uitdaging van de sluizen van Fonserannes.
Een sluis met zes kamers achter elkaar. Hij is per richting maar een paar uur per dag open. Wij moesten er tussen 13:00 en 15:30 zijn,
anders moesten we de nacht voor de sluis blijven wachten. We waren echter al ruim voor één uur bij het complex. Met de
derde lichting boten konden wij mee de eerste sluiskamer in varen. In totaal ben je zo'n anderhalf uur bezig om af te dalen en in de
inmiddels verzengend hete zon is dat geen pretje. Nergens schaduw, alleen hele even als je diep in een sluis bent gezakt kun je even
genieten van de schaduw die de sluismuur over je werpt. Maar even later moet je toch weer verder varen naar de volgende sluiskamer
en brandt de zon weer ongenadig op je hoofd. Toen we eindelijk beneden waren wachtte ons het volgende bouwwerk, het indrukwekkende
aquaduct van Béziers, Le Pont Canal. Het kanaal wordt hier middels een aquaduct over de rivier de Orb geleidt. Direct na het
aquaduct wachtte alweer de volgende sluis, de eerste sluis van Béziers. Een hele hoge, zo hoog zelfs dat de lijnen van de boot
te kort zijn. Speciaal hiervoor heeft de sluis lange stalen palen in de muren waar je de lijnen omheen kan doen en zo mee kunnen zakken
of stijgen met de boot. Direct na de sluis ligt de haven van Béziers waar we hebben aangelegd voor de nacht. Als eerste hebben we
de watertank bijgevuld, maar het bleek dat onze vulslang niet paste op de kraan. Gelukkig konden we van iemand anders een verloop nippel
lenen zodat we toch de watertank konden bijvullen. Na het vullen zijn we naar de overkant van de haven gevaren zodat we de boot in de
schaduw onder de bomen konden aanleggen. 's Avonds zijn we op de fiets Béziers in gegaan om een restaurant te zoeken. Helaas is
Béziers op een heuvel gebouwd en we moesten behoorlijk klimmen om in het centrum te komen. Eenmaal aangekomen hebben we heerlijk gegeten.
De weg terug ging gelukkig een stuk beter, eigenlijk alleen maar heuvel af tot de boot. Daarna nog lang op de boot buiten gezeten om te genieten
van de heerlijke avond en omdat het in de slaapruimte nog te warm was.
 We naderen de Malpas tunnel
Meer foto's van de sluizen van Fonserannes en het aquaduct staan bij het hoofdstuk over Béziers.
Vaardag 4 : Béziers - Vias
De volgende dag zijn we na het ontbijt op de boot weer verder gevaren. We hebben inmiddels de helft van het aantal vaardagen er op zitten,
maar zijn al ruim over de helft van de afstand van Homps naar Port Cassafières. Maar eerder hadden we al besloten om Port
Cassafières voorbij te varen en door te gaan tot het Etang de Thau, een binnenzee aan het einde van het Canal du Midi voordat deze bij
Sète in de Middelandse Zee uitkomt. Onderweg zijn we bij Villeneuve les Béziers na de sluis gestopt om te lunchen en om
boodschappen te doen. Op de fiets zijn we naar een supermarkt in Villeneuve les Béziers gegaan dus de hoeveelheid boodschappen die
we konden meenemen was beperkt. Weer terug bij de boot zijn we verder gevaren en kwamen we op een gegeven moment langs Port Cassafières,
ons uiteindelijke eindpunt, maar waar we nu dus voorbij zijn gevaren. De volgende hindernis was de kruising met de rivier de Libron, de
Ouvrages du Libron. Omdat het niveauverschil tussen het kanaal en de rivier te klein was voor een aquaduct is hier een ingenieuze constructie
gemaakt om te voorkomen dat in geval van hoog water in de rivier het kanaal en omliggende land niet overstromen. Dit soort dingen vormt toch wel
weer een uitdaging omdat hij vrij lang en smal is en je goed moet sturen om te zorgen dat je niet met de boot tegen de constructie komt.
Voor een beschrijving hoe één en ander werkt, kun je deze Engelstalige Wikipedia pagina bezoeken.
Net voor we bij onze overnachtingsplaats Vias aankwamen voeren we langs een gesloten pretpark met diverse achtbanen. Even later hebben we
de boot aangemeerd langs het kanaal vlak bij een camping. 's Avonds bleek dat het pretpark Europark toch niet gesloten was. Tot middernacht
hadden we last van de harde muziek en ander lawaai dat daar vandaan kwam.
 We naderen de indrukwekkende constructie van de Ouvrages du Libron
Vaardag 5 : Vias - Agde
In Vias lagen we dus vlak bij camping L'Air Marin en daar zijn Arjan en Ciska de volgende morgen heen gelopen om bij het winkeltje vers brood
te kopen. Na het ontbijt hebben we de trossen los gegooid om naar het Etang de Thau te varen. Dat is ons verste punt, daar keren we om om terug te
varen naar het eindpunt, Port Cassafières. Maar voor het zover was hadden we eerst nog een aantal sluizen
te gaan. De eerste hindernis die we moesten passeren was de sluis bij Agde. Voor de verandering is dit geen rechthoekige of ovale, maar een
ronde sluis met drie in plaats van twee in/uitgangen. Dit was de eerste sluis die omhoog ging, totnutoe waren alle overige sluizen altijd omlaag
gegaan. Vooral het wegvaren was een probleem, we lagen vlak bij de uitgang afgemeerd en door de ronde vorm moesten we een bijna haakse bocht
maken om de sluis uit te kunnen varen, maar met wat heen en weer steken is dat ook weer gelukt. We beginnen steeds meer ervaring te krijgen in
het snel en juist manoeuvreren van de boot. Een klein stukje verder komt het kanaal uit in de rivier de l'Hérault om echter even later
weer zijn eigen weg te vervolgen. Dan zijn er nog twee sluizen, waarvan er één helemaal open stond, en een lange vaarweg voor we
bij Les Onglous in het Etang de Thau uitkwamen. Dit is een binnenzee waar behoorlijk wat wind stond en de golven ook een stuk hoger waren, de
boot ging behoorlijk heen en weer. Voortdurend sproeide de boeggolf fonteinen van water over de boeg van de boot waardoor Ciska, die weer op
favoriete plekje voor op de boot zat, behoorlijk nat werd. Ook Arjan die aan het roer zat werd nat en we hebben het raam maar weer omhoog gezet.
Door het hier zoute water, werden de ramen van de boot overigens behoorlijk vies, die zullen we nog moeten schoonmaken voor we de boot weer gaan
inleveren. Uiteindelijk hebben we een klein rondje van ongeveer een half uur over de binnenzee gevaren alvorens we het geschommel en gewiebel zat
waren en de kalmte van het kanaal weer hebben opgezocht en zijn we weer terug naar Agde gevaren waar we de boot vlak voor de sluis hebben afgemeerd.
 De Three-Arched-Bridge tussen Vias en Agde
Vervolgens hebben we de fietsen van de boot gehaald en hebben we Agde bezocht. Agde is één van de oudste steden van Frankrijk met
een historie van al meer dan 2500 jaar en het was eens een Griekse handelshaven aan de monding van de rivier de Hérault. Maar door
aanslibbing ligt de plaats inmiddels al zo'n 4 km landinwaarts en is geen haven van betekenis meer. Het oude centrum van de stad wordt gekenmerkt
door de gebouwen opgetrokken van zwarte vulkaansteen. Ook de 12e eeuwse St. Etienne kathedraal springt in het oog door zijn dikke muren met
kantelen en hoge donjon. Hierdoor lijkt het meer op een kasteel dan op een kerk.
 Zicht op de St Etienne kathedraal in Agde
Laatste vaardag : Agde - Port Cassafières
De laatste dag zijn we begonnen met het inpakken van alle spullen en het schoonmaken van de boot, want de ramen waren wel erg vies geworden
van het rondje dat we over het Etang de Thau hebben gevaren. Omdat we toch moesten wachten tot de sluis weer open ging na de lunch (alle sluizen
zijn van 12:30 tot 13:30 gesloten) hadden we hier alle tijd voor. Mede omdat het nog maar een uur varen was naar Port Cassafières om de
boot in te leveren. Het duurde wel lang voordat na half twee de sluis openging. Het bleek dat er wel 10 boten in lagen, bij deze ronde sluis kan
dat omdat hij veel groter is dan de andere sluizen in het kanaal. Uiteindelijk konden we pas om 14:15 de sluis invaren. Eénmaal er weer
uit konden we doorvaren tot Port Cassafières. De boot moesten we in een box aanleggen, dat hadden we nog niet eerder gedaan deze reis.
Gelukkig staan er geen meerpalen waar je tussen moet mikken en we hadden een plaats uitgezocht voor twee boten zodat Arjan de ruimte had om
de boot achteruit in te parkeren. Met wat snel voor- en achteruit varen ging dit overigens redelijk vlot. Terwijl Hilleke en Ciska al het
papierwerk gingen regelen heeft Arjan alle bagage op de kade geplaatst. Even later kwam Ciska met de auto sleutel zodat we de auto, die inderdaad
inmiddels ook hier was aangekomen, konden inladen. Na afscheid van onze trouwe boot te hebben genomen zijn we naar camping Le Clos Virgile
in Sérignan Plage gereden op slechts een paar kilometer rijden vanaf Port Cassafières.
 Ciska vaart het laatste stuk naar Port Cassafières
Op de camping aangekomen kregen we de sleutel van ons huisje. Een leuk huisje met twee slaapkamers en een woon/keuken gedeelte. Al snel hadden
we alle bagage naar binnen gebracht en daarna zijn Ciska en Arjan naar het zwembad gegaan. Daar had Ciska al een hele tijd naar uitgekeken, in
het Canal du Midi is het namelijk verboden om te zwemmen. Al snel nadat we in het water waren kwam er een meisje naar ons toe. Ciska en zij,
ze bleek Diana te heten, hebben daarna samen gespeeld. Dat is wel leuk voor haar om zo snel al een vriendinnetje te hebben om mee op te trekken.
's Avonds hebben we in het restaurant op de camping gegeten en daarna was er nog vermaak. Eén of andere dansgroep waar we ook nog even
naar hebben gekeken alvorens terug te gaan naar ons huisje. Gelukkig redelijk ver weg van het 'vermaak' zodat we weinig last hadden van het lawaai.
 Ons huisje op de camping
Dag op de camping
Voor de eerste maandag op de camping hadden we besloten niets te ondernemen en de hele dag op de camping te blijven. De dag begon ook erg somber
met veel bewolking en geen zon of blauwe lucht te zien. De temperatuur was ook slechts zo'n 24 graden terwijl het de afgelopen dagen steeds rond
de 30 graden is geweest. Tegen negen uur stond Diana al op de stoep om Ciska op te halen. Maar we moesten nog wel ontbijten. Na het ontbijt is
Ciska naar Diana gegaan om te gaan zwemmen en wij zijn samen naar de supermarkt gegaan om inkopen te doen. Hilleke had bij de receptie gevraagd
waar de dichtstbijzijnde supermarkt was, daar aangekomen bleek het dezelfde supermarkt in Villeneuve les Béziers te zijn waar we een paar
dagen eerder op de fiets vanuit Vias heen waren geweest. We moesten oa handdoeken hebben evenals hoeslakens. Het bleek dat die niet bij het huisje
hoorden en we die zelf hadden moeten meenemen. Eenmaal terug op de camping bleek dat de handdoeken geen handdoeken waren, maar douche matjes.
Zitten we opgescheept met 4 douchematjes, kunnen we de rest van ons leven dan mee doen. Ze lijken ook wel erg op handdoeken. Hilleke is terug
gegaan naar de supermarkt om ze om te ruilen voor handdoeken.
Foto's van het zwembad op de camping
De Camargue
Voor dinsdag 28 juli hadden we gepland om naar de Camargue en Arles te gaan. In de Camargue wilden we het
Parc Ornithologique bezoeken, dit was een behoorlijk eind rijden en omdat we niet via de snelweg
reden, maar over de lokale weg die tussen het Etang de Thau en de Middelandse Zee loopt duurde het allemaal ook nog eens erg lang. Even na 12
uur waren we bij het park. Bij het kleine restaurantje hebben we eerste een broodje gegeten alvorens we door het park zijn gaan wandelen. Tijdens
de wandeling door dit mooi aangelegde park met veel water zijn er diverse soorten vogels te bewonderen, maar de meest belangrijke is toch wel
de flamingo die je er dan ook in grote getale aantreft. Omdat het erg warm was en er maar weinig schaduw hebben we maar een deel van de route
door het park gelopen.
Foto's van het Parc Ornithologique in de Camargue
 Flamingo's in overvloed
Arles
Na het bezoek aan het park zijn we naar Arles gereden, niet zo heel ver bij het park vandaan. Arles is bekend omdat de schilder Vincent van
Gogh hier een groot deel van zijn leven heeft gewoond al is in de stad weinig meer over wat daar aan herinnerd. Op het Place de la
République hebben we de obelisk en het Hôtel de Ville bekeken. Ook staan aan dit plein de Église St. Trophime met het
schitterende kerkportaal en daarachter het Cloître St. Trophime met zijn vele decoraties van bijbelse taferelen. Na dit klooster zijn
we naar het Théâtre Antique gegaan. Van dit antieke Romeinse theater, waar vroeger plaats was voor 12000 toeschouwers, is echter
maar weinig meer over. Veel van de stenen van het theater zijn gebruikt voor het bouwen van huizen en kerken, etc. In Arles is ook een oude
Romeinse arena te vinden, Les Arènes. Deze is in de eerste eeuw gebouwd en kon 21000 bezoekers ontvangen en bood veel spektakel zoals
gladiatoren gevechten. De arena wordt momenteel gerestaureerd, de nieuwe delen zien er echter niet authentiek uit. Het ziet er uit alsof het
gebouw nieuw is. Ze hadden het beter kunnen laten in de staat zoals het was en alleen zodanig restaureren dat het niet verder vervalt.
In de arena werd ook nog een gladiatoren gevecht gedemonstreerd, vooraf gegaan door een gladiatoren training voor kinderen. Na het bezoek aan
de arena zijn we gaan eten en na het eten zijn we nog even naar het bruggetje van van Gogh gereden. Deze brug, door Vincent van Gogh in
1888 geschilderd, is nog steeds buiten Arles te bewonderen.
Foto's van Arles
 De Place de la République met de obelisk en het Hôtel de Ville
Narbonne
Nadat we woensdag weer de hele dag op de camping hadden doorgebracht zijn we op donderdag vroeg opgestaan om de stad Narbonne te bezoeken.
Omdat Narbonne niet zo ver rijden is van de camping waren we er ook al vroeg. De auto hebben we in het centrum in een parkeergarage gezet
en daarna zijn we naar het centrale plein, het Place de l'Hôtel de Ville, gelopen waar we als eerste op een terrasje wat hebben gedronken
met zicht op het indrukwekkende Paleis van de Aartsbisschop. Dit paleis is door verschillende aartsbischoppen gebouwd en verbouwd. Na een
kort bezoek aan de Tourist Info hebben we een wandeling langs een aantal van de toeristische bezienswaardigheden in de stad gemaakt. Veel
monumenten zijn er echter niet in de stad te vinden alhoewel er al meer dan 2100 jaar geleden een Romeinse nederzetting was op de kruising van
de rivier de Aude en de Via Domitia naar Spanje. In die tijd werd er een brug over de Aude gebouwd die daar in zee stroomde. In 1316 echter was
er een grote overstroming en de loop van de Aude veranderde en de haven verzandde. Het verval van de stad was hiemee ingezet. Echter door het
graven van het Canal de la Robine, dat ook aansluit op het Canal du Midi, in de oude bedding van de Aude begon weer een nieuwe periode van bloei
mede door de wijnbouw. Narbonne is ook nu nog steeds de wijnhoofdstad van de omliggende wijngebieden. Van de bezienswaardighedem hebben we onder
andere het Paleis van de Aartsbisschop en de kathedraal St-Just-et-St-Pasteur met het naastgelegen klooster bekeken. Het Horreum, romeins pakhuis,
is het enige monument in Narbonne uit de Romeinse tijd dat nog intact is. Het is een ondergronds gangenstelsel wat vroeger onder een groot deel
van de stad liep. Nu is daar een klein gedeelte van opgegraven en opgesteld voor het publiek.
Foto's van Narbonne
 Een deel van de Via Domitia op het Place de l'Hôtel de Ville
Klooster Fontfroide
Na het bezoek aan Narbonne zijn we naar het klooster Fontfroide ten zuidwesten van Narbonne gegaan.
Deze abdij werd al in 1093 gesticht, maar na eeuwen van bloei begon het verval in de 14e eeuw en aan het einde van de 18e eeuw was de
abdij verlaten. Aan het begin van de 20e eeuw werd de abdij door een particlier gerestaureerd. We hebben een rondleiding van ruim een uur
door de schitterende abdij en de bijbehorende tuin gemaakt. Helaas was het al met al toch nog laat geworden, we waren pas om 18:30 terug,
zodat er nog maar anderhalf uur gezwommen kon worden.
Foto's van Klooster Fontfroide
 Toegang tot het klooster
Béziers
De stad Béziers aan de rivier de Orb hadden we al willen bezoeken toen we daar een week eerder met de boot lagen, maar daar was toen
geen tijd meer voor. Vandaar dat we besloten om de stad nog een keer met een bezoek te vereren vanaf de camping. Het is ook slechts een paar
kilometer rijden vanaf de camping. Echter voordat we de stad zelf ingingen zijn we eerst naar het Pont Canal gereden, het aquaduct in het
Canal du Midi bij Béziers. Met de boot hadden we het aquaduct alleen van boven gezien en de rest nog niet. Hetzelfde goldt voor de
sluizen bij Fonserannes. Tijdens het varen hadden we het zo druk met het door de sluizen loodsen van de boot dat we toen weinig tijd hadden om
het sluizen complex goed te bekijken. Overal noemen ze het de 9 sluizen van Fonserannes, maar in werkelijkheid worden er maar 6 sluiskamers
gebruikt. Met 9 bedoelen ze het oorspronkelijke aantal sluisdeurparen, dus 8 sluiskamers. Maar de 7e is nu de uitgang richting het
aquaduct en de 8e wordt helemaal niet meer gebruikt. In eerste instantie kruiste het kanaal hier namelijk direct de rivier de Orb,
maar omdat dat vrij gevaarlijk was is het aquaduct gebouwd en zijn daardoor 2 sluiskamers overbodig geworden. Bij de sluis was ook een Tourist
Info zodat we die in de stad niet meer hoefden te bezoeken. Eénmaal in Béziers zijn we, na het parkeren van de auto in het centrum,
naar de kathedraal St Nazaire gelopen. Van buiten lijkt de kathedraal eerder op een kasteel met zijn torens en kantelen dan op een kerk.
Eenmaal binnen hebben we het interieur bekeken alsmede het naastgelegen klooster en de tuin van de bisschop. Na het bezoek aan de kathedraal zijn
we gaan eten waarna we nog wat door de stad hebben gelopen en het onder andere het standbeeld van de in Béziers geboren Pierre Paul Riquet,
de bouwer van het Canal du Midi, bekeken.
 Het schitterende aquaduct bij Béziers waar het Canal du Midi over de Orb gaat
Laatste dag op de camping
Zaterdag 1 augustus, Arjan viert zijn 45e verjaardag. Hij wordt 's ochtends gewekt met een ontbijtje op bed en door Hilleke en
Ciska toegezongen. We hebben vandaag verder niets ondernomen, wel zijn we alvast begonnen met het inpakken van het één en ander,
we moeten zondag namelijk al om 10 uur het huisje verlaten. Ciska heeft weer een groot deel van de dag samen met Diana in het zwembad doorgebracht.
's Middags is Hilleke naar Valras Plage gereden om bij een bakker wat taartjes te kopen ter ere van Arjans verjaardag. In totaal 4 stuks, want
Diana was er ook bij. 's Avonds zijn we met z'n 3-en naar Valras Plage gegaan om daar te gaan eten. Terwijl we daar in een restaurant zaten begon
het opeens te regenen, het duurde wel niet zo lang, hooguit een enkele minuut, maar het ging ineens wel vrij hard. We dachten meteen aan de
was die nog buiten hing te drogen, hopelijk had het op de camping niet geregend. Toen we na het eten terug naar de camping reden zagen we het in
de verte al onweren. Op de camping aangekomen bleek het daar ook te hebben geregend, maar ook vrij weinig, dus de was was er gelukkig niet nat
van geworden. Voor de zekerheid hebben we wel alles binnengehaald en wat nog niet droog is op de veranda aan het droogrek laten hangen.
 Ciska kreeg als dessert een enorme Dame-Blance
Van Sérignan Plage naar Gincla
Zondag zijn we vroeg opgestaan omdat Hilleke voor 9:45 een afspraak had gemaakt om het huisje te laten checken, we moesten het namelijk zelf
schoonmaken. Dus snel ontbeten, alles ingepakt wat we zaterdag nog niet hadden gedaan en Arjan heeft alles in de auto geladen terwijl Hilleke al
bezig was het huisje schoon te maken. Even na half tien hadden we de inspectie en alles was ok en we kregen een papier waarmee we bij de receptie
onze € 200,= borg terug konden krijgen. Inmiddels was ook Diana gekomen om afscheid van Ciska te nemen, ze hadden eerder al email- en post
adressen uitgewisseld. Diana blijft nog een week op de camping voor ze terug gaan naar Nederland. Rond 10 uur vertrokken we richting Gincla in
de Pyreneeën waar we de komende vijf dagen in een hotel verblijven. Het was niet zo warm na de vele regen die 's nachts was gevallen,
slechts zo'n 22 graden en erg bewolkt, maar onderweg liet de zon zich al snel zien. Hilleke had gelezen dat we middels een kleine omweg via
Lagrasse zouden rijden, deze plaats is een aantal jaren terug verkozen tot mooiste plaats van Frankrijk omdat er nog veel van de huizen in oude
stijl zijn en weinig nieuwbouw. Eenmaal in Lagrasse hebben we bij een café eerst wat gedronken en zijn we vervolgens naar de Tourist Info
gegaan voor een kaartje van het dorp. Vervolgens hebben we een wandeling dorp gemaakt waarbij we ook uitgebreid de
Abdij Sainte-Marie de Lagrasse hebben bekeken waar we ook gelunched hebben.
Foto's van Lagrasse
 Zicht op Lagrasse vanaf de weg langs het dorp
Na nog wat door het dorp te hebben gewandeld zijn we verder gereden naar onze eindbestemming, Hostellerie du Grand Duc in Gincla. Gincla
ligt, zoals al eerder vermeld, in de oostelijke Pyreneeën en de weg erheen vanaf Lagrasse voert ons al snel door de bergen over bochtige
wegen waar het niet snel doorrijden is. Tegen vijf uur zijn we bij het hotel. We worden begroet door de eigenaars, Martine and Bruno Bruchet.
Het hotel heeft 12 kamers en ziet er erg mooi uit en het ligt in een fraaie tuin. Hier is het overigens wel weer erg bewolkt en niet erg warm,
slechts 21 graden en als we in de tuin van het hotel iets gaan drinken trekken we voor het eerst deze vakantie een jas aan.
Foto's van de Hostellerie du Grand Duc in Gincla
Carcassonne
Op maandag zijn we vroeg opgestaan zodat we een groot deel van de dag konden gebruiken. Na het ontbijt zijn we vertrokken richting Carcassonne.
Toen we wegreden bij het hotel was echter nog vrij koud, slechts 14 graden, maar toen we eenmaal bij Carcassonne waren hadden we een
strak blauwe lucht en was het inmiddels al behoorlijk warm geworden. Na het parkeren zijn we de stad ingegaan door de Porte Narbonnaise.
We wilden een rondje over de muren rond de stad wandelen. Het bleek dat je hiervoor moet betalen, kaartjes kun je bij de de Tourist Info kopen.
Hilleke en Arjan zijn in 1998 ook eens samen naar Carcassonne geweest en toen was een wandeling over de muren nog gratis en toen kon je ook nog
helemaal rond de oude stad lopen, nu maar een gedeelte ervan. Carcassonne bestaat uit twee delen, de uit de 13e eeuw stammende Benedenstad
(Ville Basse) en de oude stad (Cité of Citadel). De Cité is waar de meeste toeristen voor komen. Om deze, geheel gerestaureerde
vesting die de grootste van Europa is, staat een dubbele muur. Voor een wandeling over de binnenste met 24 torens moet dus betaald worden, een
wandeling over en langs de buitenmuur met 16 torens is gratis. Tussen de beide muren bevinden zich de zogenaamde lices of dwingels.
Na de wandeling over de muur hebben we het kasteel Château Comtal bekeken en vervolgens zijn we langs de vele souvenierwinkeltjes
in de oude stad gelopen en de kathedraal Basilique St-Nazaire met zijn gebrandschilderde ramen en beelden bezocht. Na het urenlange bezoek aan
de stad hebben we onze auto weer opgezocht en zijn we via een alternatieve route teruggereden naar ons hotel.
Foto's van Carcassonne
 Zicht op de de citadel van Carcassonne
Andorra
Dinsdag zijn we opnieuw vroeg opgestaan omdat we een bezoek wilden brengen aan het ministaatje Andorra. Hemelsbreed is het slechts 70 km,
maar het is ruim 2 uur rijden vanaf het hotel over bochtige weggetjes. Onderweg kwamen we over een 2 kilometer hoge pas, de Col de Pailheres,
waar we zijn gestopt om wat foto's van het uitzicht te maken en waar het overigens vrij hard waaide. Na een halfuur hier te hebben rondgekeken,
waarbij Ciska's jurk nog bijna is opgegeten door een paard, zijn we door gereden naar Andorra.
Foto's van de Col de Pailheres
Eénmaal in Andorra heb je 2 routes om in de hoofdstad
Andorra la Vella te komen, via een bochtige bergweg over een 2100 meter hoge pas of via een 3 km lange toltunnel. De meeste mensen gingen in de
file staan voor de bergpas, wij hadden echter wel € 6,10 over voor de tunnel en reden dan ook met nog slechts één andere
auto door een verder lege tunnel. Eénmaal in de hoofdstad kostte het moeite om een parkeerplaats te vinden, na een aantal rondjes door
het erg drukke centrum van de stad vonden we een parkeergarage met vrije plaatsen. Deze bleek vlakbij de Tourist Info waar we een kaartje van de
stad hebben gehaald. De dame verwees ons direct door naar het winkelgebied, wij wilden echter eerst iets van de oude stad zien. Dat was ook dicht
bij de Tourist Info en daar zijn we als eerste heen gelopen. De oude stad is erg klein en stelt weinig voor, na 20 minuten hadden we alles gezien
en hebben we bij een fast-food restaurant wat gegeten. Na de lunch zijn we door de winkelstraten gelopen. Lang niet alle winkels waren open. Na
de wandeling door de warme stad, het was inmiddels weer tegen de 30 graden hebben we in het stadspark wat gedronken alvorens we weer naar de auto
zijn gelopen. Op de terugweg hebben we nog getankt, dat is hier erg goedkoop, diesel is € 0,83 en gewone benzine nog onder een euro. Via
Spanje zijn we teruggereden naar Frankrijk. Aan de grens tussen Andorra en Spanje werden we voor het eerst in jaren weer eens gecontroleerd,
maar we konden weer snel doorrijden. Niet ver van ons hotel hebben we gegeten en rond half elf waren we weer terug in het hotel.
Foto's van Andorra la Vella
 De Saint Esteve kerk in de oude stad
Grotten van Limousis
Woensdag zijn we na het ontbijt naar de grotten van Limousis gereden ten noorden van Carcasonne, het eerste deel van de weg kenden we dus al.
Even voor het middaguur waren we bij de grot. We moesten tot 12:30 wachten op de volgende rondleiding, dus hebben we in de tussentijd een broodje
gegeten. Om half één werden we opgeroepen en moesten we een klein stukje lopen naar de ingang van de grot. In de grot was het
14 graden. De grot is uitgeslepen door een onderaardse rivier via een bron van de Orbiel bij Lastours. De rondleiding door de fraaie grot is
ongeveer 500 meter en duurde ongeveer een uur. Helaas sprak de gids alleen Frans, maar bij de ingang hadden we een
verkorte versie in het Nederlands gekregen op papier. Uiteraard is de grot niet veel anders dan andere grotten met zijn stalagtieten en
stalagmieten. Wat wel heel bijzonder is, is de enorme bol aragoniet die zich in deze grot bevindt. Deze zit helemaal aan het einde en voor de
onthulling ervan wordt een hele show met licht en geluid gebruikt. Na de vele ohs en ahs (in het Frans) tijdens deze show zijn we teruggelopen
naar de ingang.
Foto's van de grotten van Limousis
Op zoek naar de bron van het Canal du Midi
Eenmaal weer buiten de grot was de temperatuur opgelopen tot de tropische waarde van 35 graden en omdat we uit een koele grot kwamen voelde dat
extra warm aan. Onze volgende bestemming was het Bassin de Saint Ferréol bij Revel. Dit is één van de drie stuwmeren waar
het water wordt verzameld om het Canal du Midi te voeden. Vanuit het meer loopt het voedingskanaal, het kanaal Rigole de la Plaine, naar het
Bassin de Naurouze bij Labastide-de'Anjou om vandaar in het Canal du Midi uit te komen. In Saint Ferréol hebben we het museum over de
geschiedenis van het Canal du Midi bezocht en door de bijbehorende tuinen gelopen. Helaas is alles in het museum alleen in het Frans, dus voor
ons niet zo eenvoudig te begrijpen. Na een wandeling door de tuin waar een smal stroomplje te zien is dat uiteindelijk het kanaal zal worden,
zijn we doorgereden naar het Bassin de Naurouze om daar het voedingskanaal in het Canal du Midi te zien stromen. Hier bevindt zich tevens de
waterscheiding. Al het water ten westen van hier stroomt via het Canal du Midi naar Toulouse en dan via het Canal du Garonne naar de Atlantische
oceaan. Al het water ten oosten van hier stroomt via het Canal du Midi naar de Middelandse zee. Dit is dan ook het hoogste punt van het kanaal,
vanuit hier stroomt het in beide richtingen naar beneden. Bij Naurouze staat ook de obelisk die is opgericht voor Pierre Paul Riquet, de bouwer
van het Canal du Midi. Via Castelnaudery, waar we aan de kade langs het kanaal wat hebben gegeten, zijn we terug gegaan naar Gincla.
 De tuinen bij het museum zijn een geliefd uitje
In de voetsporen van de Katharen
De Katharen
Rond het jaar 1000 ontstond er in Europa een religieuze stroming die duidelijk afweek van de rooms katholieke kerk. De mensen die deze stroming
aanhingen werden door de rooms katholieke kerk ketters genoemd en door hen ook fel bestreden. Vooral in Zuid-Frankrijk had deze stroming, die
katharisme werd genoemd, vele aanhangers die dus Katharen werden genoemd. De Katharen waren vegetariërs, moesten regelmatig vasten en waren
aan strenge wetten gebonden. Rond het jaar 1200 werd in Rome een nieuwe paus gekozen, Innocentius III. Deze nieuwe paus was het grote aantal ketters
in Zuid-Frankrijk een doorn in het oog. Hij ondernam, samen met onder andere de Franse koning, militaire acties tegen de Katharen en er onstond
een bloedige klopjacht op de Katharen die soms op een beestachtige manier werden afgeslacht. Onder andere werd in 1209 de gehele bevolking van
de stad Béziers, zo'n 20.000 mensen, uitgemoord. Deze moordpartij stond onder leiding van ene Arnaud Amaury. Op de vraag hoe men de Katharen
van katholieken kon onderscheiden zou deze man gezegd hebben: 'Doodt hen allen, God zal de zijnen herkennen'. Het laatste Katharen bolwerk, kasteel
Montségur, werd in 1244 overmeesterd. De laatste Kathaar, Guilame Bélibaste, sterft in 1321 in Villerouge-Termenès op
de brandstapel.
De laatste dag in de Pyreneeën hebben we een rondje gemaakt langs een paar van de vele Katharenkastelen die in dit gebied te vinden zijn.
Het ontbijt hebben we vandaag niet in het hotel genomen omdat we dat te duur vinden voor wat er wordt geboden. In plaats daarvan hebben we bij
de epicerie in Lapradelle een sandwich gekocht met koffie, een stuk goedkoper dan in het hotel. Na dit ontbijt zijn we naar het kasteel
Quéribus bij Cucugnan gegaan. Het kasteel ligt hoog bovenop een berg. Je kan er niet helemaal met een auto komen, dus halverwege parkeren
en dan in de hitte een steil pad naar boven lopen. Het kasteel werd voor het eerst vermeld in 1020. Ridder Chabert de Barbaira bood in 1255
weerstand, maar kan niet voorkomen dat het kasteel als laatste bolwerk van de Katharen in handen valt van de Franse kruisvaarders. Als een waar
adelaarsnest staat het kasteel op een rotspunt op 728 meter hoogte. Toen we eenmaal naar boven waren geklommen hebben we door de ruïne van
het kasteel gelopen en na ongeveer een uur zijn we weer naar beneden gelopen. Vervolgens zijn we naar het nabij gelegen dorpje Cucugnan gereden
om te lunchen en om een korte wandeling door het dorp te maken om onder andere de Omer windmolen te bekijken. Deze molen wordt al in documenten
uit 1692 genoemd, maar is vervolgens vergaan tot een ruïne. In 2003 is de molen geheel gerenoveerd. Na het bekijken van deze molen (alleen
de buitenkant) zijn we naar Villerouge-Termenès gegaan om het daar aanwezige Katharenkasteel te bekijken. Villerouge-Termenès hebben
we gekozen omdat het kasteel daar in het dorp ligt en we dus niet weer eerst een berg hoeven te beklimmen. De eerste gegevens over dit kasteel
dateren uit de 12e eeuw. Het huidige kasteel is geheel gerenoveerd en in het kasteel is een multimedia rondleiding. Die gaat over Guilame
Bélibaste, een boer die zich aansluit bij de Katharen en uiteindelijk als de laatste gekende Kathaar in 1321 in Villerouge-Termenès
levend wordt verbrand.
 Het Katharenkasteel Quéribus ligt hoog op een berg
Na deze boeiende rondwandeling hebben we de kerk St. Ettiene van Villerouge-Termenès bekeken met zijn bijzondere
altaar. Daarna zijn we via de indrukwekkende Gorges de Calamus terug gereden naar het hotel. Omdat de weg door deze kloof zo smal is, wordt het
verkeer met verkeerslichten geregeld. Steeds kunnen een aantal auto's, de weg in één richting berijden. In Lapradelle, tegenover
de epicerie niet ver van het hotel, hebben we gegeten. Hierdoor waren we eindelijk weer eens een beetje op tijd terug in het hotel.
Foto's van de Gorges de Calamus
Van Gincla naar Saint Julien du Gua
Vrijdag zijn we van ons hotel in Gincla naar het plaatsje Saint Julien du Gua in de Ardèche gereden. In Saint Julien du Gua heeft een
tante van Hilleke een huis waar ze in de zomer vaak is en we hadden met haar afgesproken om een paar dagen langs te komen. Deze ochtend ook weer
bij de epicerie in Lapradelle een broodje met koffie gekocht alvorens we verder gingen. Omdat Ciska al een paar dagen niet naar een zwembad was
geweest hadden we het plan opgevat om naar Axat te rijden om daar een paar uur te gaan zwemmen alvorens naar de Ardèche te gaan. In Axat
moesten we even zoeken naar het zwembad, maar helaas ging het pas om 11:30 open en daar wilden we niet op wachten. Maar een paar dagen eerder
hadden we langs de weg naar St. Paul een camping met een zwembad gezien dus wilden we daar heen gaan. Dat zwembad bleek echter zo klein dat we
doorgereden zijn. Nadat we in St. Paul ook nog naar een supermarkt waren geweest konden we eindelijk echt gaan doorrijden. De lunch hebben we
onderweg bij een tankstation gedaan en vervolgens zijn we in één ruk doorgereden naar Saint Julien du Gua waar we hartelijk
werden verwelkomd door Hillekes tante.
Saint Julien du Gua
De eerste echte dag in Saint Julien du Gua hebben we weinig ondernomen. Er was die zaterdag een dorpsfeest in het dorp en daar zijn we 's middags
even over heen gelopen. Het was een soort rommelmarkt waar iedereen zijn oude spullen te koop aanbood. Verder was er een optreden van een
linedance groep tegenover het café waar we wat hebben gedronken. Saint Julien du Gua is maar een klein dorp, er wonen slechts zo'n 200 mensen
en je hebt het dus vrij snel gezien. Bij een vrouw die hoeden maakt heeft Ciska nog een paar hoeden gepast. Ook was er een schilderijen expositie van
kunstenaars uit de omgeving van het dorp.
Foto's van het dorpsfeest in Saint Julien du Gua
 De kerk op het centrale plein in Saint Julien du Gua
Rondje Ardèche
Voor zondag hadden we een rondje door de Ardèche gepland in de buurt van Saint Julien du Gua. De weersvoorspelling zag er niet zo goed uit,
regen en onweer in de middag. Toen we rond half elf vertrokken zag het er echter nog goed uit, wel bewolkt en slechts 20 graden. Als eerste zijn
we naar de Col de Quatre Vios (1149 meter) gereden waar een restaurantje staat dat wordt gerund door een Nederlandse dame en waar we koffie hebben
gedronken. We hebben tevens een tafel voor de lunch gereserveerd voor rond een uur of één. Na de koffie zijn we doorgereden naar de
Gerbier de Jonc, een vreemde bult in het landschap van 1551 meter hoog die je kunt beklimmen. Arjan wilde naar boven, maar de dames niet.
Uiteindelijk is Ciska nog wel achter Arjan aangekomen, maar ze wilde niet helemaal naar de top. Echter bleek dat de weg omlaag een andere was dan
die omhoog en we dus wel tot de top door moesten gaan. Overigens moeten volwassenen € 1,50 betalen om de heuvel te beklimmen, kinderen tot 10
jaar zijn gratis. Je hoeft overigens maar 134 meter omhoog omdat de heuvel uiteraard niet op zee niveau ligt. Die weg omhoog is overigens niet zo
mooi als die naar bijvoorbeeld het kasteel Quéribus. Je moet over rotsblokken klauteren en klimmen en soms hangt er zelfs een touw waar je
je aan kunt optrekken. Eénmaal bezweet boven aangekomen, gelukkig was het nu maar 20 graden, hebben we van het uitzicht genoten en zijn we
daarna weer naar beneden geklommen. Daar aangekomen zijn we weer terug gereden naar het restaurant voor de lunch. Na de lunch zijn we via een
andere route terug gereden naar Saint Julien du Gua. Toen we weer terug waren begon de lucht behoorlijk dicht te trekken en even later kregen we
de beloofde regen en onweer. De eerste regen overdag deze vakantie. De vorige drie regen- en onweersbuien waren altijd 's nachts geweest.
 De Gerbier de Jonc, een vreemde bult in het landschap
Terugreis
Maandag 10 augustus, de dag van de terugreis naar Nederland, zijn we rond 7 uur zijn we opgestaan. Terwijl Hilleke en Ciska naar de bakker waren
om broodjes te halen heeft Arjan de auto ingeladen. Na het ontbijt zijn we rond 9:30 vertrokken uit Saint Julien du Gua voor de ruim 1000 kilometer
lange reis terug naar Nederland. Toen we vertrokken was het zo'n 20 graden en aardig weer, maar in de buurt van Lyon begon het te regenen. We
hebben zo een aantal buien gehad onderweg en soms was het dan ook weer zonnig. Via Nancy, Luxemburg en Brussel zijn we, met uiteraard diverse
pauzes naar Nederland gereden. Uiteindelijk waren we tegen 10 uur 's avonds weer thuis in Strijen.
|